Welkom in de herberg

gravatar

Zolang ik zit is alles wat gebeurt welkom. Het belangrijk om in deze openheid te zitten. Om elk geluid, elke gedachte, alles wat er in je en buiten je gebeurt met open armen te verwelkomen.

Wanneer ik stevig zit, goed gecentreerd met kracht in mijn onderbuik is er ruimte voor alles. Achter mijn handen, die elkaar raken in de kosmische mudra, is er in mijn buik een grote ruimte waar alles in past. Kom er maar bij!

Deze manier van zijn wordt mooi verwoord door Rumi* in zijn gedicht De herberg.

 

De herberg

Dit mens-zijn is een soort herberg

Elke ochtend weer nieuw bezoek.

 

Een vreugde, een depressie, een benauwdheid,

een flits van inzicht komt

als een onverwachte gast.

 

Verwelkom ze; ontvang ze allemaal gastvrij

zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt

die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat.

 

Behandel dan toch elke gast met eerbied.

Misschien komt hij de boel ontruimen

om plaats te maken voor extase…….

 

De donkere gedachte, schaamte, het venijn,

ontmoet ze bij de voordeur met een brede grijns

en vraag ze om erbij te komen zitten.

 

Wees blij met iedereen die langskomt

de hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd

om jou als raadgever te dienen.

 

 

*Rumi.

Mohamed (D)Jalal ad-Din (of al-Din) Balkhi Rumi of Roemi (Perzisch: مولانا جلال الدین محمد بلخى رومی ) (Balch, 30 september 1207 – Konya, 17 december 1273) was een filosoof en dichter van Perzische afkomst en soefi-mysticus. Rumi was een tijdgenoot van de soefi-mysticus Hadji Bektasj Veli. Rumi is een van de belangrijkste personen uit de Perzische dichtkunst door zijn religieuze dichten die God prijzen. In religieuze kringen wordt hij ook wel Maulana of Mevlana (soms met toevoeging Balkhi naar zijn geboorteplaats) genoemd; dit betekent ‘onze meester’. Een bekend werk van Rumi is de Masnavi. Rumi begon rond 1258 aan dit omvangrijke geschrift, maar kon het vanwege zijn overlijden in 1273 niet voltooien. De Masnavi bevat meer dan 25.000 verzen en wordt ook wel de Perzische Koran genoemd.

Rumi’s leraar was de mysterieuze derwisj Sjems Tebrizi. In het boek Liefde kent veertig regels door Elif Shafak worden de 40 regels van Sjems Tebrizi besproken en wordt de ontmoeting tussen Sjems en Rumi verhalenderwijs verteld.

 

Gerard Jansen
woensdag 21 december 2016

Plaats een reactie:

Je e-mailadres zal niet zichtbaar gepubliceerd worden.

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een sterretje*.