Vogelvrij

gravatar

Soms al dromend kan ik vliegen

En al vliegend ben ik vrij.

Niets te willen, niets te weten

niets te moeten, dan er zijn.

Onder mij zie ik het stromen

in een zuiver perspectief.

Boven mij een onafzienbaar

peilloos diep onpeilbaar niets.

Soms al wakend kan ik voelen

als een vogel in mijn droom.

Hoe het is om niets te hoeven

en te zien hoe alles stroomt.

Jules Deelder – uit de bundel Het graf van Descartes (2013)

In zazen zitten we heel geaard, stevig als een berg. Met deze stevigheid als basis kan alles stromen, in ons: de bloedsomloop, de ademhaling, de stroom van gedachten; en buiten ons: de wereld met bijvoorbeeld de geluiden die we waarnemen. Naast onze verstilling en ons stille zitten is er dus altijd beweging. Eigenlijk is altijd alles in beweging, alles stroomt. We zitten heel stil midden in die stroom, die beweging, waar we ook deel van uitmaken. Want terwijl we ogenschijnlijk stil zitten, is ons lichaam in beweging. Ik voel mijn ademhaling, ik hoor mijn darmen, met kleine bewegingen corrigeer ik heel subtiel mijn houding. De Boeddha leert ons dat beweging de enige constante is. Uit het niets verschijnt het iets en dat verdwijnt weer in het niets. Vorm en leegte, een voortdurende beweging van komen en gaan.

Het is best moeilijk om te leren zien dat er alleen maar beweging is en dat niets blijvend is. Hiermee vertrouwd raken is een hele klus. Net als ieder ander ben ik gericht op vastigheid en gehecht aan de status quo, aan wat blijvend is. En veel van mijn inspanningen zijn gericht op alles zo te houden als het is. De angst voor verlies is groot en zo voer ook ik een hopeloos gevecht tegen het verval. Als samenleving zijn we erg gericht op restauratie, van onze omgeving, van onszelf. We zijn dus wel bezig met ‘de beweging van alles, met ‘dat niets blijvend is’, maar op een negatieve manier. Het is erg gericht op zo lang mogelijk houden wat je hebt. Uiteindelijk een hopeloze missie. Hoe zou ik meer ‘vogelvrij’ kunnen worden, net als in het gedicht van Jules Deelder?

De kunst is om op de één of andere manier deze behoudende manier van leven los te laten om me mee te laten voeren met de stroom die het leven is. Minder gericht zijn op beheersen en meebewegen met het leven, los laten wat ik los kan laten, niet grijpen wat niet gegrepen hoeft te worden. Hoe kan ik dit doen?

Waar het allemaal mee begint is een diepgaande acceptatie dat alles wat een vaste vorm heeft vergaat. Een les die elke herfst weer gegeven wordt, maar die ik bijna nooit op mijzelf betrek. Wat komt, gaat ook weer. Niets is blijvend. Mij dit realiseren, dit in mij realiseren, heet in zen ‘de Grote Dood’ sterven. ‘De grote vraag van leven en dood’ leven.

Een tweede stap kan zijn om ‘in de stroom’ te leren stappen. Go with the flow! Een mooi voorbeeld hiervan vind ik mensen die met hun kajak in een snel stromende rivier varen. Ze weten dat de stroom sterker is dan zij en dat ze zich daaraan moeten overgeven. Ondertussen kunnen ze toch bijsturen en soms een beetje afremmen en de stroom gebruiken voor hun tocht.

Een derde stap is om te leren dat wij als mensen, als levende wezens, met alles wat leeft in ‘hetzelfde schuitje’ zitten. Niets of niemand ontsnapt aan de grote beweging van komen en gaan, aan de grote vraag van leven en dood. Als ik mij dit realiseer kan ik met meer mededogen naar mijn omgeving kijken. Ik besef me dat ook mijn geliefden sterfelijk zijn, maar ook de mensen waar ik verder vanaf sta en de mensen waar ik hekel aan heb en….. Ik leer er met mededogen naar te kijken.

Wat rest is hier en nu aanwezig zijn, met aandacht de dingen doen die ik moet doen, alert en oplettend. Panta Rei: alles stroomt. Dit vertrouwen en weten dat ik nooit in dezelfde rivier stap. De rivier verandert voortdurend.

Gerard Jansen
maandag 13 april 2026

Plaats een reactie:

Je e-mailadres zal niet zichtbaar gepubliceerd worden.

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een sterretje*.