Als ik begin met mediteren dan bouw ik mijn houding op. Dit doe ik van beneden naar boven. Vorige week heb ik het fundament van mijn zitten besproken: ik zit als een berg, heel stevig. Als dit is verzorgd dan kan ik een volgende stap zetten. De stevige basis maakt het mogelijk dat ik kan ‘stromen als een rivier’. Wat betekent dit? Wat stroomt er allemaal en waarom stroomt het als een rivier?
Uiteraard is dit allemaal beeldspraak. Ik zit niet als een heuveltje, maar als een berg! Ik zit niet als een beekje, maar als een rivier! Ik streef met mijn zitten zowel de stevige onwankelbare kracht van de berg na, als het losse stromen van de rivier. Maar hoe het stroomt, kan – net als bij het zitten als een berg – van mijn gemoedstoestand afhangen. Het liefst ben ik een lieflijk kabbelend beekje, maar de werkelijkheid is dat ik soms ook zit als een woest stromende rivier, die buiten haar oevers dreigt te treden.
Zazen is een combinatie van onbeweeglijkheid en een permanent in beweging zijn. Dit lijkt strijdig, maar dat is het niet. Als we ons lichaam goed beschouwen, is er permanent beweging. Ons lichaam is een dynamisch evenwicht, het staat niet stil en toch blijft alles bij elkaar en neemt het een vaste vorm aan. Tenminste, zolang ik leef! En zo lang er leven is in mijn lijf, stroomt het. Mijn bloed stroomt door mijn aderen, de lucht stroomt naar binnen als ik inadem en weer naar buiten als ik uitadem. Zo is mijn lijf constant in beweging. Dat merk ik bijvoorbeeld als ik goed heb gegeten en dan ga mediteren. Zonder zazen had ik nooit ontdekt dat de spijsvertering zoveel geborrel en geluid teweeg brengt! Ondanks dat kan ik mijn lijf heel stil en stevig laten zitten. Sterker, juist doordat ik zo stil en stevig zit, merk ik hoeveel beweging er is. Niet alleen in mij, maar ook buiten mij. Door stil te zijn hoor ik het ademen van de mensen om mij heen, hoe ze soms gaan verzitten. Ik hoor als het ware de inspanning van dit heel stille zitten en dat we dat samen doen. Met deze inspanning lijkt ook iets weg te vallen: het onderscheid tussen het zitten van de anderen en mijn zitten.
Terwijl we in de zendo een stapje terug doen, gaat buiten het dagelijks leven gewoon verder. Ik hoor de vogels in de tuin, de buurman die afval in de kliko gooit, een auto rijdt voorbij, mensen roepen naar elkaar, in de verte hoor ik de trein,….enz. enz. Het leven omringt mij, ik zit midden in een stroom van leven, maar ik zit als een berg, ik wankel niet en laat me niet meesleuren. Alleen maar dit bewegingloze zitten en het punt passeren dat ik dit doe. Uiteindelijk is er niet iemand die zit. Het zit. Het zit als een berg en het stroomt als een rivier. Het ademt, het hart klopt, het leeft en het zit.
maandag 12 september 2016