Mens zijn

gravatar

Volgens het Boeddhisme is het mens-zijn het hoogste dat mogelijk is. De mens is zijn eigen meester en er is geen hoger wezen of een hogere macht die zijn lot bepaalt. “De mens is zijn eigen toevlucht, wie anders zou zijn toevlucht moeten zijn?” zei de Boeddha.  .. Hij onderrichtte, stimuleerde en moedigde ieder mens aan om zichzelf te ontwikkelen en zijn/haar eigen emancipatie te bewerkstelligen, want de mens heeft de kracht om door zijn eigen persoonlijke inspanning en intelligentie zichzelf te bevrijden van alle belemmeringen.”

(Blz. 15 Wat de Boeddha onderwees – Walpola Rahula)

Van huis uit leerde ik dat ik als mens zwak en zondig was en daarom op God moest vertrouwen. Deze had zijn zoon Jezus gezonden om mij te redden. Het heeft mij daarom heel wat jaren gekost om mijn mens-zijn te vertrouwen. Ik kan mij nog goed herinneren wanneer ik mij bewust werd van mijn mens-zijn. Ik was 18 jaar en tijdens de Godsdienstles ging het over de verhouding tussen God en de mensen. Een verhouding tussen goed en kwaad, waarbij God stond voor al het goede en de mens voor het kwaad. In een flits besefte ik me dat ik het hier totaal niet mee eens was. Dat ik dit een raar onderscheid vond. Vanuit mijzelf voelde ik dit heel anders. Ik was niet alleen maar slecht, ik was ook tot het goede in staat. Daar had ik helemaal niemand bij nodig. Ik had de ervaring dat goed en kwaad in mij zaten (en zitten) en dat het aan mij was om daarmee te dealen. Toen ik een jaar of zes later oog in oog stond met vier grote Boeddhabeelden in een museum in Brussel wist ik het zeker: ik hoef niet gered te worden door iemand anders; ik kan dat zelf doen. Maar pas in 2006 formuleerde ik helemaal uit mijzelf de conclusie: er is dus niets buiten mij! Hetgeen werd bevestigd door mijn leraar Nico Tydeman, bij wie ik toen in een studieklas zat.

Wat ik hiermee wil vertellen is dat ik als mens van ver moest komen om zoveel vertrouwen in mijn mens-zijn te krijgen, dat ik mijzelf inderdaad als toevlucht kon zien. Iets wat de Boeddha aanbeveelt aan het einde van zijn leven, toen hij al tachtig jaar was. Hij was oud en krakkemikkig en voelde zijn einde naderen, maar hij zocht toevlucht bij zichzelf en riep geen hulp van buitenaf in. In groot vertrouwen kwam hij zichzelf onder ogen en aanschouwde zijn oude lijf en zijn gevoelens hierover, zijn geest en zijn neigingen. Hij aanschouwde de werking van de Dharma, de natuurwet van het onvermijdelijke sterven, maar vertrouwde ook op zijn eigen leer, die ook de Dharma wordt genoemd. Hij zag zijn lijden, de oorzaken van zijn lijden en de opheffing van dit lijden. Met dit in gedachten beveelt de Boeddha ons aan om toch vooral mens te zijn en toevlucht te zoeken bij ons zelf. Geen makkelijke weg, maar wel de moeite waard om te onderzoeken en te gaan. Belemmeringen? Die ruim ik zelf op.

Gerard Jansen
vrijdag 4 december 2020

Eén reactie:

  1. José: 5 maanden geleden

    Ha Gerard,
    Je blog heb ik met veel plezier gelezen.wat ik me afvraag is, waar jij andere kracht ziet, ofwel genade, waar Nico het vaak over heeft.
    Of het gebeurt aan jou…nu is het net of alleen ik alles doe .
    Momenteel ben ik veel aan het lezen over het zuivere land en daarin wordt Amida aangeroepen, Nano Amida Bu.
    Heel mooi, terwijl ik ook wel eens het gevoel krijg alsof het om een godheid ga.Hartelijke groet van José

Plaats een reactie:

Je e-mailadres zal niet zichtbaar gepubliceerd worden.

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een sterretje*.