Geen fijn onderwerp, de dood. Toch is de dood een onlosmakelijk deel van de zenpraktijk. Niet omdat met zen de dood gemakkelijker zou zijn, maar omdat ‘dood gaan’ bij het leven hoort. Wat leeft, gaat dood. Dat is een natuurwet. Dit onder ogen (leren) zien is belangrijk omdat het je leven in het juiste perspectief plaatst: het houdt een keer op. Ga serieus met dit leven, dit cadeau, om, want het is eindig. ‘Verspil je tijd niet!’ is een aansporing die in menige zendo is te horen.
In de zenterminologie wordt het voorafgaande gezien als ‘de kleine dood’. Het is het gegeven van dood gaan en sterven zoals je dat dagelijks om je heen ziet gebeuren. Na de winter is er weer een voorjaar met groeien en bloeien en na elke zomer is er weer een herfst met afsterven en dood. De ‘grote dood’ gaat over heel iets anders, iets wat tijdens je leven gebeurt, als je er moeite voor wilt doen. Dit is kenmerkend voor het zenpad. Het is het terzijde schuiven van alle woorden, denkbeelden en concepten die jouw blik vertroebelen. Het is het ontwikkelen van een vrije en open blik op wat werkelijk is. In een winters beeld zou je kunnen zeggen dat je een pad vrij van sneeuw maakt om te voorkomen dat je uitglijdt over al je oordelen en opvattingen. De grote dood is dat je al die oordelen en opvattingen in de geest laat sterven.
Waarom is het vandaag een goed moment om het hier over te hebben? Het antwoord is simpel. Deze week werd ik geconfronteerd met de kleine dood van twee mensen in wie ik zie dat zij, ieder op hun eigen manier, in hun leven ook een grote dood gestorven zijn. Twee heel verdraagzame mensen, geduldig, altijd in voor een gesprek, altijd in staat om te luisteren naar een ander. Altijd met de wil de ander te willen begrijpen. Ik heb het over mijn schoonmoeder Grada Theodora Hagen-Wijers en over Nelson Mandela. Ik noem ze bewust in één adem, omdat de kleine dood voor iedereen hetzelfde is. Beiden waren oud en wijs, Grada is 92 geworden en Nelson 95. Beiden hadden een enerverend leven, de één op het noordelijk halfrond van de aarde, de ander op het zuidelijk halfrond. De één was ‘gewoon’ moeder en oma en de ander was een wereldleider, maar toch ook heel ‘gewoon’. Maar wat voor mij vooral duidelijk is, is hun overeenkomst. Beiden waren in staat naar een ander te luisteren en een ander in zijn of haar waarde te laten. Ik weet natuurlijk niet hoe het was om op bezoek bij Nelson Mandela te gaan, maar ik hoor er enthousiaste verhalen over, waarin mensen zich gezien voelen ‘als mens’ en gewaardeerd. Hetzelfde gebeurde als ik bij mijn schoonmoeder op bezoek ging. In de media is er een geneigdheid om al het goede dat in mensen zit te projecteren op één held of heldin, maar de werkelijkheid is dat deze prettige mensen vaak veel dichterbij zijn dan we denken. Het is gewoon een vriend of een vriendin, je broer of je zus of zoals ik het meemaakte: mijn schoonmoeder.
Daarom raad ik iedereen aan de grote dood te sterven voordat de kleine dood op de stoep staat. Het zal je, net als Grada en Nelson, in staat stellen met ‘een open oog en oor’ naar een ander te kijken en te luisteren.
vrijdag 13 december 2013
Wat mooi geschreven, wat fijn om te lezen. Dankjewel.
Mooi; heel waardevol…………..
Wat heb je dit treffend geschreven.
Mooi gesproken. Betrokken geschreven. Sterkte, want er is weer een lijntje verbroken….
Mooi Gerard, dankjewel