In alle openheid zitten is een grote kunst. Juist omdat ik geprogrammeerd ben om te selecteren, om onderscheid te maken tussen wat ik wel en niet toelaat. Dit onderscheidingsvermogen laten varen en alles wat komt toelaten, daar gaat het om. Ik laat alle onderscheid wegvallen en daar zit ik dan met al mijn vreugde en ellende, blinde vlekken, grote inzichten, kleinzieligheden, verdriet, grootse gedachten, tekortkomingen, pijn, enzovoort.
Alles heet ik welkom. Wat er aan de orde is komt langs: ik maak boodschappenlijstjes, maak me zorgen over het kerstdiner, verheug me over het afgelopen weekend, ben nog boos over die ene opmerking, kortom, ik laat mijn geest doen wat ‘ie kennelijk te doen heeft.
Moet ik hier iets mee? Kan ik hier iets mee? Wil ik hier iets mee?
Ja, ik wil altijd alle nare dingen weg hebben. Mijn behoefte aan een roze bril is enorm. Kan dit? Ja hoor, geen probleem. Een roze bril is zo gevonden en opgezet. Andersom vertrouw ik het niet als het allemaal zo maar goed gaat. Een keer moet dat toch ophouden. Een zwarte bril is ook snel gevonden. Zo is het vaak te roze of te zwart, maar bijna nooit wat het precies is. Mijzelf voor de gek houden is niet iets wat ik wil, maar wel iets wat ik vaak doe. Zoiets kan ik beter laten. Maar hoe? Door steeds de mantra te zeggen: niets veranderen, niets willen verbeteren, alles zo laten. In de kern is er in dit zitten niets anders te doen dan niets te weten, niets te hebben en niets te willen.
Maar moet dit zo? Nee, niets moet, maar iets anders doen, helpt me niet. Er rest mij niets anders dan in groot vertrouwen rustig te blijven zitten totdat mijn geest klaar is of weer aan iets nieuws begint. Dan niet te hard ingrijpen. Nooit zeggen dat dit niet mag van zen of niet hoort bij zen. De gebiedende wijs helpt echt niet. Gewoon zachtjes bijsturen. En als het te druk wordt in mijn hoofd, open ik mijn ogen, als ik met mijn ogen gesloten zit. Dan zie ik weer waar ik ben en is de stroom gedachten verdwenen. Dan terugkeren naar mijn ademhaling. Rustig uitademen en de inademing laten komen en zo begin ik weer van voren af aan. Zen is bereid zijn om altijd weer opnieuw te beginnen. Het gaat er om dat ik de eindeloze oppervlakte van mijn geest steeds weer opnieuw verken. Of zoals Nico schrijft in zijn Nawoord bij het boekje ‘Het temmen van de os’:
“Boeddhisme is behalve een voortreffelijke analyse van het bestaan, bovenal een kunst, een levenskunst. Om deze kunst te leren, staan er allerlei middelen tot je dienst: meesters, kloosters, geschriften, beeldende kunsten, methodes van mediteren, enzovoort. Maar zodra je deze kunst wilt uitoefenen blijken alle middelen – ook de meest voortreffelijke en schoonste – onbruikbaar en heb je niets anders in handen dan het naakte feit van je bestaan, het ongrijpbare van je alledaagsheid. Op deze oppervlakte speelt het leven zich af. Zen is de diepte van deze oppervlakte.” (79)
woensdag 21 december 2016