Het ademt, dus het is

gravatar

Ik denk, dus ik ben, zei de Franse filosoof René Descartes in 1637.

Descartes vraagt zich af wat waar is. Wat ik van anderen heb gehoord, kan onwaar zijn, maar ook mijn eigen waarneming kan mij bedriegen, stelt hij vast. Dan vraagt hij: hoe kan ik dan iets zeker weten?  Mijn zintuigen bedriegen mij en misschien is er wel een kwaadwillende demon die mij voortdurend probeert te bedriegen. Maar dan bedenkt hij dat hij er nog altijd zelf is, hij die twijfelt, hij die bedrogen wordt. Het simpele feit dát hij twijfelt, laat zien dat hij bestaat.  Ik denk, ik voel en ik twijfel, dat maakt dat ik besta. Hoewel ik op niets kan vertrouwen en er geen grond is om op te staan, ik ben er altijd, want ik neem dit waar.

Denkend aan Descartes zou zenmeester Seung Sahn (1927-2004) ooit hebben gezegd: ik denk, dus ik ben niet. Een grapje? Nee, hij was heel serieus. Hij was van mening dat we als mens veel te veel denken en noemde zijn zen ‘Niet weten Zen’. Er is helemaal niets te weten omtrent mijn bestaan. Bovendien ‘er zijn’ komt niet voort uit mijn denken, maar mijn denken komt voort uit mijn zijn. ‘Zijn’ dat voortkomt uit mijn denken is virtueel. Dat is dromen. Wakker worden! Blijf niet haken aan gedachten over zijn, maar zorg dat je er echt bent. Dat is de oproep van de Hartsutra, die we elke keer weer zingen voordat we gaan zitten. We willen in zazen volledig aanwezig zijn: volop aanwezig, maar ledig van woorden, concepten, opvattingen en oordelen over dit aanwezig zijn.

Niet denken, maar ademen. Telkens weer, als bijna vanzelf keer ik terug naar mijn adem. Ik adem uit, ik adem in… Als ik kort uitadem, weet ik dat ik kort uitadem, als ik lang uitadem, weet ik dat ik lang uitadem. Zo blijf ik bij mijn lichaam en bij mijn adem. Ik adem, dus ik ben. Beter gezegd: het ademt, dus het is, want ik neem hier geen enkel besluit in. Ademen gaat gewoon vanzelf. Ademen = zijn. En…

Niet ademen = niet zijn.

Ik heb het met eigen ogen gezien: de laatste adem uitblazen = de geest geven en uit de tijd stappen, het tijdelijke met het eeuwige wisselen.

Maar ik ben er. Hier en nu. Ik adem, ik ben. Als eb en vloed, zo stroomt de lucht naar buiten en weer naar binnen. Gaan en komen, komen en gaan. Niets vasthouden, alles laten stromen.

Gerard Jansen
maandag 16 januari 2017

Plaats een reactie:

Je e-mailadres zal niet zichtbaar gepubliceerd worden.

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een sterretje*.