Heel aanwezig, hier.

gravatar

Aanwezig zijn en blijven is de moeilijkste oefening die we hebben. Fysiek is het tegelijkertijd geen kunst. Ik blijf zitten waar ik zit en ik verroer me niet. Het is als verstoppertje spelen, heel eenvoudig. Maar er vervolgens ook echt zijn, helemaal, met alle aandacht in dit moment. Pas dan ga ik echt verstoppertje spelen. Mijn immer actieve geest vindt het maar niets, dit stilzitten, en gaat op zoek naar afleiding. Mogelijkheden genoeg. Indrukken van vandaag, zorgen over morgen, pijn uit het verleden, bijna alles vindt mijn geest leuker dan stil op het kussen zitten en het volgen van de adem. Het vereist  daarom oefening en een sterke wil om mijzelf te leren er op precies dit moment te zijn.

Een belangrijk hulpmiddel bij de oefening is het geloken houden van de ogen. Hierdoor blijf je je bewust van je directe omgeving en is de kans om weg te dromen kleiner.  Een tweede hulpmiddel is het bedenken van een activiteit voor mijn onrustige geest, bijvoorbeeld het tellen van uitademingen. Wat ook kan is het herhalen van een zinnetje of een woord bij in- en uitademing, een mantra. Bijvoorbeeld ‘heel aanwezig, hier’.

Toen ik bij de Vietnamese zenleraar Thich Nhat Than was leerde ik het zinnetje: “ik adem in en ik weet dat ik inadem”. Dat is een manier om lichaam en geest één te laten zijn. Tijdens mijn verblijf in Plum Village, in de zomer van 2011, heb ik veel naar Tai – zo wordt hij door zijn leerlingen genoemd –  gekeken. Hij maakte indruk met zijn rustige gebaren en stem als hij wat vertelde. Het indrukwekkendst was hij, als hij in het bijzijn van honderden leerlingen een kopje thee dronk. Lang heb ik nagedacht over wat hij ons liet zien en eindelijk viel het kwartje: hij toonde ons ‘aanwezigheid’. Als Tai thee drinkt, dan drinkt hij ‘alleen maar thee’. En als Tai loopt, dan loopt hij (en verder niets). Tai was steeds volledig aanwezig in precies datgene wat hij aan het doen was.

Eigenlijk zijn er ten aanzien van aanwezigheid maar twee smaken. Ik ben precies dat aan het doen wat ik aan het doen ben of ik doe twee of meer dingen tegelijk. Ik vereenzelvig me met mijn activiteit, ik omhels wat ik doe, ik stort me er volledig in of ik doe dit niet en dan doe ik meerdere dingen tegelijk. Op zijn minst denk ik aan wat anders of ik probeer letterlijk twee dingen tegelijk te doen. Is dit erg? Op zich niet, maar als ik naar mijzelf kijk, mis ik dan toch vaak een kans om iets echt tot volle tevredenheid te doen. Het risico op ‘half werk’ of mislukking is zeker groter als ik meerdere dingen tegelijk doe. Koken en er met je gedachten niet bij zijn, leidt toch vaak tot aangebrand eten.

Daarnaast is het fijner voor een ander als ik er echt voor hem of haar ben. Van Tai leerde ik de zinnetjes: ‘Ik ben er voor jou. Ik weet dat jij er bent en dat maakt me blij’. Ook dat is een mooie mantra om te oefenen. Het werpt ook een heel ander licht op aanwezig zijn. Ik ben aanwezig voor een ander en op die manier niet druk met mijn eigen aanwezigheid. Aanwezig zijn is dan ‘er zijn voor iemand’. Heel belangrijk! Vroeger was ik altijd heel druk met de vraag ‘wat kan ik voor je doen?’, maar het is veel eenvoudiger. Dat ik er voor iemand ben en dat ik kan zeggen ‘Ik ben er voor jou’, is vaak voldoende. Iedereen wil toch gezien en gehoord worden! Nou dan, doe dat voor elkaar.

Daarom oefenen op ons kussen: volledig aanwezig zijn, precies nu.

Gerard Jansen
zondag 9 oktober 2016

Plaats een reactie:

Je e-mailadres zal niet zichtbaar gepubliceerd worden.

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een sterretje*.