Chiyono werkt als hulp in een Zenklooster en wil graag zazen beoefenen. Op een dag stapt zij op een oudere non af en vraagt: “Ik ben van geringe komaf. Ik kan lezen noch schrijven en moet altijd werken. Is er een mogelijkheid om de Boeddhaweg te volgen zonder dat ik daar de vaardigheden voor heb?”
De non antwoordt: “ Oh lieverd, dit is prachtig! In het Boeddhisme is er geen afstand tussen mensen. Er is alleen dit – ieder mens moet vasthouden aan de wens om te ontwaken en het cultiveren van een hart vol compassie. Mensen zijn compleet zoals ze zijn. Als je niet vervalt in misleidende gedachten, dan is er geen Boeddha en geen levend wezen; dan is er alleen één complete natuur. Wanneer je je ware natuur wilt leren kennen, dan moet je je wenden tot de bron van je misleidende gedachten. Dit noemen we zazen.”
Chiyono is blij met dit antwoord en zegt: “Met deze oefening als metgezel, hoef ik alleen mijn dagelijks leven te leiden. Zo oefen ik dag en nacht”.
In het licht van de volle maan loopt ze op een avond, na maanden van toegewijde beoefening, naar buiten om water te halen bij de bron. De bodem van haar oude emmer, bij elkaar gehouden door bamboe strips, zakt plotseling weg.
De spiegeling van de maan verdwijnt met het water. Als ze dit ziet, krijgt ze een groot inzicht. Later illustreert zij haar inzicht met de volgende woorden:
Met dit en dat probeerde ik de emmer bij elkaar te houden
En de bodem viel er uit.
Waar het water zich niet verzamelt
Kan de maan niet schijnen.
Uit: The Hidden Lamp, Stories from Twenty-Five Centuries of Awakened Women
maandag 24 maart 2014