Dit zittende mysterie

gravatar

Voor mijn leraar Nico Tydeman is zen een vorm van mystiek. Door hem ben ik ingewijd in de mystiek. Hij is mijn mystagoog, hij leerde mij het ‘niet-weten’ en het ervaren van ‘het absolute’, dat niet in woorden is uit te drukken. Of zoals de Chinese wijzen zeggen: ‘De hemel is niet in staat het te bedekken, de aarde kan het niet vasthouden, de lucht kan het niet ondersteunen en de zon en de maan kunnen er niet op schijnen’.

Elke keer wanneer ik bij de instructie voor het zitten in zen de woorden ‘Dit zittende mysterie’ gebruik word ik hieraan herinnerd. Maar wat betekenen deze woorden voor mij? Eerst en vooral dat het mysterie van het leven heel dichtbij is. Zo dichtbij dat ik het heel makkelijk over het hoofd zou kunnen zien. Dit heb ik ook jarenlang gedaan. Ik zocht het mystieke ver weg, hoog boven mij verheven.

Al vrij jong trok de mystiek mij aan. In het leerboek voor de godsdienstles las ik erover, ook al was er maar één alinea over geschreven. In de Nederlands Hervormde kerk waar ik als kind bij hoorde, werd nooit over mystiek gesproken. Daar ging het om ‘het woord’. Van mijn vader en moeder leerde ik dat ik het ‘het woord’ niet te letterlijk moest nemen. Zij voedden mij op in een vrijzinnige versie van het protestantisme. Maar over mystiek werd niet gesproken. Toch trok de mystiek mij aan. De antwoorden die op zondag in de kerk werden gegeven vond ik te eenvoudig en wellicht ging het wel over de zin van het leven, maar er kwam nooit een antwoord op de vraag waarom ik leefde. En dat wilde ik weten. Waar ik mij goed in kon vinden was het idee dat dit antwoord een groot geheim was en moeilijk te doorgronden. Kortom, een mysterie. Maar wat ik ook aantrekkelijk vond aan de mystici was dat zij een weg aanwezen om achter dit geheim te komen. Een persoonlijke weg, die alleen ik kon bewandelen, met als belofte een persoonlijke ervaring van het antwoord. Zo leerde ik in de jaren zeventig, tijdens mijn studie geschiedenis, Meester Eckhart kennen. Maar ook werd mijn interesse gewekt voor het Taoïsme. In de Tao Te Tsjing las ik: ‘De eeuwige Tao kan niet in woorden worden uitgedrukt. De eeuwige naam kan niet worden genoemd.’ (vertaling Christoffer Schipper) Met andere woorden als je het antwoord op het mysterie in woorden uitdrukt, is dat niet het eeuwige Tao, noch de eeuwige naam. Het antwoord op het mysterie is dat het een mysterie is. Onbevredigend? Nee, dat vond (en vind) ik niet. Ik vind het bevredigender om vast te stellen dat mijn levensvraag geen antwoord heeft, dan mijzelf blij te maken met een dooie mus. Zo is het ‘niet-weten’ bij mij begonnen. Ik heb er vrede mee dat ik niet alles kan weten. Ik weet dat ik niets weet als het om de grote levensvragen gaat. Of zoals het eerste vers van de Tao Te Tsjing verder gaat: ‘Waarlijk: voor immer bevrijd van begeerte, mag je het mysterie aanschouwen. Blijf altijd vol verlangens, dan zie je slechts wat je beoogt’.

In de lessen van Nico viel veel van wat ik de jaren daarvoor had gelezen op zijn plek. Daarom voelde ik me thuis bij deze zenleraar. Maar daar waar het over het mysterie van het leven ging, plaatste ik dit nog altijd buiten mij. Tot ik op een dag tot het inzicht kwam dat ik het allemaal zelf was. Er is niets buiten mij. Ik ben mijn eigen vragen en ik ben ook het antwoord op mijn vragen. Ik ben een zittend mysterie. Alleen met mijzelf, voel ik, heel intiem, onder mijn huid, het mysterie. En ik oefen de oefening van Meester Eckhart: niets te weten, niets te willen, niets te hebben.

Dit zittende mysterie.

 

 

Gerard Jansen
maandag 10 oktober 2016

Plaats een reactie:

Je e-mailadres zal niet zichtbaar gepubliceerd worden.

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een sterretje*.