Je zou ook kunnen zeggen ‘dit zitten doet wat?’ Maar of het nu een uitroep is of een vraag, het maakt niet uit. Zeker is dat als je eenmaal hebt besloten om zazen te gaan doen, je ontdekt dat dit zitten in zen wat met je doet. Dit zitten is een antwoord, jazeker, maar wat was de vraag?
Als ik naar mijzelf kijk was ik op zoek naar een rustpunt met een goed gesprek en goede afwegingen. Eigenlijk zocht ik een ‘sparring partner’ met wie ik kon bespreken hoe het verder moest met mijn werk. Voor de gemeente Culemborg ontwikkelde ik een wijkgericht aanpak om de leefbaarheid te verbeteren, fysiek en sociaal. Van mij werd verwacht dat ik wist waar het naar moest met deze aanpak. Dat wist ik wel in grote lijnen, maar de grote lijnen concretiseren in te nemen maatregelen is nog weer een ander verhaal. Ik vond geen sparring partner maar wel een folder van Zentrum Utrecht, waarin een introductiecursus Zen werd beschreven. Dit lezende dacht ik dat dit natuurlijk ook een mogelijkheid was: zen beoefenen en in een vorm van zelfreflectie tot inzicht komen. Een gesprek met mijzelf. En werkte het? Ja, het werkte. Dit zitten doet inderdaad wat.
Voordat hij zichzelf Boeddha noemde, raakt Prins Siddharta Gautama in een existentiële crisis. Hij wilde geen prins zijn, hij vond het een leeg bestaan zonder enige bevrediging. Zeker toen hij ontdekte in welk perspectief zijn leven, als alle levens, zich voltrok: vergankelijkheid-ouder worden, ziekte en uiteindelijk de dood. Hij vertrok uit zijn paleis en ging op zoek naar een leraar. Hij leerde zitten en al zittend liet prins Siddharta het menselijk bestaan tot zich doordringen en kwam zo tot het inzicht dat zijn (ons) bestaan moeizaam en leedvol is en bij tijd en wijle pijn doet. Hij vroeg zich vervolgens af hoe dat komt. Hij zag als oorzaak zijn behoefte om alles vast te willen houden, zijn hechting en hebberigheid en dit terwijl alles altijd in beweging is. Niets is permanent aanwezig, met uitzondering van de verandering zelf. Er is dus ook geen permanente staat verdriet, maar ook geen permanente staat van vreugde, wat dus weer verdrietig maakt. Hoe dit te doorbreken? Ik kan onthechting oefenen en ik kan op die manier deze cyclus van vreugde en verdriet achter mij laten. Dat is wat prins Siddharta dacht en zo kwam hij uiteindelijk tot verlichting en noemde zich Boeddha.
Waar prins Siddharta een persoonlijk probleem had om op te lossen, waren in China de Taoïsten bezig met zich te verhouden tot wat zij De Weg (Dao) noemden, de Grote Werkelijkheid. Hun antwoord op de vraag ‘hoe te leven?’ was: niet iets doen (Wu Wei). Hiermee bedoelden ze doe niet iets wat de Grote Werkelijkheid zou kunnen verstoren. Laat de Dao zijn gang gaan. Vertrouw er op dat alles zijn gewone gang gaat, inclusief jouw leven. Dat alles is goed zoals het is, mits je het niet verstoord. Ambitie werd gezien als tegen de Dao ingaan en zo voltrekt zich een leven van ingrijpen en dat gaat van kwaad tot erger. De Taoïsten hielden hun tijdgenoten een beeld voor van een maatschappij die was gecorrumpeerd vanaf het moment dat mensen allerlei ambities begonnen te krijgen. Daarom kon je maar beter gaan zitten en contempleren op een leven zonder ingrijpen. Vanaf het moment dat het Boeddhisme in China aankwam en werd ontdekt, begon het zich te mengen met de Taoïstische praktijken en uiteindelijk leidde dit tot zen, de praktijk van het zitten. Boeddhisme kreeg een kosmische component, de Grote Werkelijkheid en het Taoïsme kreeg een component van mededogen in de figuur van de Bodhisattva Avalokiteshvara, in het Chinees Kwan Yin.
Dit zitten doet wat: zelfreflectie, het verkrijgen van inzichten over je leven, over je plek in het universum. Zitten verzacht de grenzen tussen jou en de ander. Zitten laat zien dat niet alleen ik vergankelijk ben, maar alles wat leeft. En zo zitten we allemaal ‘in hetzelfde schuitje’. We komen en we gaan. Zo is het altijd gegaan. Dat is De Weg, dat is de Grote Werkelijkheid.
Vertrouw Dit!
zaterdag 2 mei 2026