Denken is een activiteit van de geest. Niet denken is onmogelijk. De geest staat nooit stil. Wat wel kan is dat we de werking van de geest leren doorzien. Dat we leren te herkennen hoe het werkt in ons hoofd. En erkennen dat het zo werkt! Dit laatste geeft rust. Op die manier hoef je nooit teleurgesteld te zijn als je bij het zitten bijvoorbeeld een boodschappenlijstje zit samen te stellen. Dit is een belangrijk punt: niet teleurgesteld zijn dat geest werkt zoals die werkt.
In Zen is er wel een ideaalbeeld, de geest als lege spiegel, maar er is ook de erkenning van het dagelijks leven, zeg maar een geest die helemaal niet spiegelt, maar vol is van zichzelf. Al heb je nog zo veel heldere momenten, er is niet alleen een verlichte geest, maar ook een verduisterde geest. Dit bestaat naast elkaar en tegelijkertijd. Wat dat betreft is er geen weg die leidt van het duister naar het licht en er is dus ook geen mislukken op die weg. Er is geen finish en al helemaal geen ‘snelste rondetijd. Met andere woorden: in zen hoef je geen heilige of beter mens te worden. Je bent goed zoals je bent. Gaan zitten is daarmee zowel oefening als realisatie.
Blijven oefenen daar gaat het om. Zen is daarmee een weg die je gaat, een onderweg zijn. Een manier om je leven te beschouwen en te waarderen. Wat daarbij helpt is een bepaalde mate van ‘geestvaardigheid’. Net zoals het helpt als je een bepaalde mate van handvaardigheid hebt, als je in huis gaat klussen.
donderdag 13 oktober 2011