Jezelf tot lamp zijn, bij jezelf te rade gaan, is een belangrijke aanbeveling van de Boeddha. Maar mijzelf tot lamp, tot licht zijn, hoe doe ik dat? En waarom is dit licht vaak zo verborgen?
Wanneer ik mijzelf tot licht wil zijn, zoek ik het antwoord vaak buiten mijzelf. Dit levert een hoop verwarring op. Omdat ik ben gaan zoeken, zonder ‘vooronderzoek’, zodat ik niet weet wat ik zoek. Op die manier wordt bij al die antwoorden van anderen niet duidelijk wat ik er nu zelf van vind.
Als ik bij mijzelf zoek, zit ik vaak lang te plussen en te minnen. Welk voordeel brengt het mij, welk nadeel. Dit lost niet veel op. Er zijn altijd voor- en nadelen. Uiteindelijk gaat het om saldo denken. In veel gevallen onbevredigend. Omdat er meer is dan voor- en nadelen. Er is meer in de wereld dan het nuttigheidsidee, dan afwegen wat voor mij nuttig is.
Een licht voor mijzelf willen zijn, begint eerder met vragen als: wie ben ik? Waar ben ik? Wat wil/kan/moet ik?
De antwoorden op al deze vragen zijn subjectief. Met andere woorden: ze gelden alleen voor mij. Ik ben ‘veroordeeld’ tot subjectiviteit. Ik kan alleen maar subjectief zijn. Alles wat ik waarneem is subjectief. Over een ander, over de werkelijkheid kan ik niets zeker weten. Ik kan alleen maar vermoeden, aanraken, ervaren, maar zodra ik er iets van vind of zeg, is dat subjectief. De kernvraag is altijd: hoe red ik mijn eigen leven? Hoe laat ik mijn licht schijnen over mijn eigen leven.
Dit is misschien een eng idee, opgevoed als ik ben met luisteren naar anderen. ‘De ander’ is ook heel belangrijk. Maar dit levert een spanningsveld op. Een spanning tussen wat mogelijk is – subjectiviteit – en wat er van mij wordt gevraagd. Een spanning tussen ‘afgescheiden zijn’ en ‘één zijn’. Daarom is het lastig om jezelf tot licht te zijn. Om dit te vertrouwen.
Deze spanning kan ik oplossen door dit naast elkaar te laten bestaan. Ik mag er zijn en die anderen mogen er ook zijn. Ik ben èn afgescheiden van èn verbonden met al wat is. Dat is wat de sutra van ‘eenheid en veelheid’, de Sandokai, mij vertelt: het is de harmonie van onderscheid en gelijkheid. Ik ben die harmonie, alleen dat voelt niet altijd zo.
Er zijn omstandigheden dat ik uit noodzaak ‘mijn eigen licht’ moet laten schijnen. Eenvoudigweg omdat niemand anders dat voor mij kan doen. Dit is bijvoorbeeld beschreven in een boekje van Bieke Vandekerckhove met de titel ‘De Smaak van Stilte’. Bieke moest haar licht laten schijnen op de boodschap dat zij de dodelijke ziekte ALS had (en later kreeg zij, verlamt en wel, te horen dat de ziekte niet actief meer was).
Wat dan?
Dan loop je met je kop tegen een muur van onwetendheid en onbegrip. Niemand kan een antwoord geven, alleen jij!
In haar boek laat zij heel mooi zien hoe zij zelf uit noodzaak moest zoeken, maar ook hoe ‘de stilte’ en ‘de ander’ daarbij behulpzaam kunnen zijn. Zij geeft op haar eigen wijze antwoord op de vraag ‘hoe red ik mijn eigen leven? En omdat zij het heeft opgeschreven is haar lamp niet meer verborgen! Gelukkig!
maandag 3 maart 2014