Ik ben niet opgegroeid met de geur van wierook. Het geuroffer had geen plek in ons leven. Later las ik dat de geur van wierook in de kerken vooral de geur van de dood moest verdrijven. Als men rijk was, kon mens zich namelijk in de kerk laten begraven. Daar komt het gezegde ‘rijke stinkerds’ ook vandaan. In de jaren tachtig las ik een boek waarin de geschiedenis van de geur door de eeuwen heen in staat beschreven met de titel “Pestdamp en Bloesemgeur”. Foute geuren moesten vooral worden verdreven omdat men vroeger dacht dat je daar ziek van werd. ‘Frisse lucht’ was lucht waar niet ziek van werd. Daarom moest je je huis ook luchten. Geïnspireerd door dit boek schreeft Patrick Süskind zijn roman “Het Parfum” over een geurloze man, die de wereld aan zijn voeten krijgt, koste van het kost, met behulp van geur. De goede geur beïnvloedt de mensen om je heen. Ze gaan je aardiger en sympatieker vinden. Probeer het maar!
Zelf was ik zo onder de indruk van deze roman, die zich voor een groot deel afspeelt in Grasse in de Provence, dat ik op een vakantie zelf in deze stad van geuren en zeep ben gaan kijken (en ruiken!). Het fenomeen ‘geur’ heeft me vanaf dat moment gegrepen. Jaren later ging ik zen beoefenen. Hier maakte ik ook kennis met het ‘geuroffer’. Altijd was er de geur van wierook als ik mediteerde. Dit mediteren beviel mij goed en mijn positieve ervaring werd ondersteund door de geur van wierook. Hierdoor is een soort automatisme in mijn hele wezen ontstaan. Zodra ik wierook ruik, denk ik aan mediteren en wil ik het ook gaan doen.
zondag 13 oktober 2013