De eerste en de laatste adem

gravatar

Al het leven ademt en zolang er zuurstof is op aarde gaat het ademen door. Tot leven komen is beginnen met ademen; stoppen met ademen is het einde.

Mijn leven is begonnen met een schreeuw, mijn eerste ademhaling, ook al herinner ik mij daar niets meer van. Met een laatste adem zal mijn leven eindigen, maar ik heb geen idee over hoe en wanneer. Over het begin en einde van mijn leven ben ik volkomen onwetend. Niet erg: ik adem, dus ik ben. Zo ben ik er altijd nu.

Het begin

Ik heb het geluk gehad mee te kunnen maken hoe de eerste adem zich laat zien. Mijn twee kinderen heb ik geboren zien worden. Hoe fantastisch is dat?! Leven op het scherpst van de snede, op het randje van leven en dood. Het gaf me een geweldig gevoel van verbondenheid met het leven, tegelijkertijd had ik er een groot ontzag voor. Er gebeurde iets waarvoor ik misschien een paar goede randvoorwaarden kon scheppen, maar waar ik verder weinig invloed op had. Ik voelde me letterlijk aan de goden overgeleverd, aan iets wat veel groter is dan ik.

De twee geboortes die ik meemaakte waren totaal verschillend. Mijn dochter, geboren in 1989, kwam ter wereld in het Academisch Ziekenhuis in Utrecht, net voor de grote verhuizing van het ziekenhuis naar De Uithof. Zij overleefde haar eerste kennismaking met het leven maar nauwelijks. Het beleid van het ziekenhuis gebood een natuurlijke geboorte, ondanks stuitligging en omvang van de baby. Het gevolg hiervan was een heel zware bevalling met veel kunstgrepen, waardoor het leven van pasgeboren dochter aan een zijden draadje hing. Maar omdat zij geboren werd in het Academisch Ziekenhuis, stond er ook meteen een medisch team klaar om haar te redden, wat gelukkig ook lukte.

Mijn zoon, geboren in 1991, zag het levenslicht thuis, in een sfeer van kneuterige huiselijkheid. Het baren van mijn zoon verliep probleemloos en met een klassieke tik op de billen gaf hij zijn eerste schreeuw. Gelukkig heb ik dus ook gezien hoe het volgens het boekje hoort te gaan.

Het einde

Daarnaast heb ik gezien hoe een leven eindigt. Ook hier ben ik blij mee, hoewel dat misschien raar klinkt. Toch is het mijn ervaring dat ik tegelijkertijd verdriet kan hebben om iemands dood en gelukkig kan zijn met het feit dat ik dit mee mocht maken. Net als de geboorte, gaf het zien van de dood mij een groot gevoel van verbondenheid met het leven. En ook hier keek ik met groot ontzag naar. De vader van mijn vriendin, degene met wie ik naar Italië fietste, was de eerste mens bij wie ik heb gezien hoe hij zijn laatste adem uitblies. Tot mijn geruststelling en verbazing was dit een volkomen natuurlijke manier van doen. Zoals bij iedereen boezemde het sterven mij angst in, maar nadat ik dit in werkelijkheid had zien gebeuren, was deze angst verdwenen. Met moeder, broers en schoonzussen zaten we bij het sterfbed.

Wachten, wachten, wachten, en desondanks alert blijven. En net toen we even een luchtje schepten op het balkon, was er een beweging. Ik tikte de moeder van mijn vriendin op de arm en snel gingen we naar binnen. Als uit een diepe slaap, richtte de stervende zich langzaam op en zijn vrouw zei woorden die ik nooit zal vergeten: “Toe maar Gijs, ga maar, het is goed.” Geruststellende woorden. Met een diepe zucht liet hij ons en het leven achter zich. Zo’n mooie laatste adem heb ik daarna nooit meer gezien. Niet bij mijn moeder, niet bij mijn vader en ook niet bij Ineke, bij wie de adem als het ware langzaam in het niet verdween. De lijn tussen leven en dood is flinterdun en ontzagwekkend.

Ademen

Ik adem uit alsof het mijn laatste adem is. Ik adem in alsof het de eerste keer is. Sterven en tot leven komen, zo realiseer ik met mijn adem de grote vraag van geboorte en dood. Ik ben mij bewust van het begin en het einde en hoe dat eindeloos nu, terwijl ik adem, gaande is.

 

Gerard Jansen
zondag 1 juli 2018

Plaats een reactie:

Je e-mailadres zal niet zichtbaar gepubliceerd worden.

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een sterretje*.