Dit klinkt wat oneerbiedig, maar toch was het maar een vingertje, want de Boeddha was nog maar net geboren. Ik heb het hier over het geboorteverhaal van de Boeddha. “Toen tien maanden waren vervuld, was het lichaam van de kroonprins volledig gevormd. Op de achtste dag van de vierde maand, toen de Vrouwe op weg was naar haar ouderlijk huis, kwam zij op haar tocht in Lumbini bij de voet van een boom die in volle bloei stond. Terwijl de morgenster opkwam, greep zij zich vast aan een tak en het kind werd uit haar rechterzijde geboren. Zodra het op de grond was neergekomen, deed het zeven passen, hief zijn hand op en zei: “In de hemel daarboven, in de wereld hier beneden ben ik alleen de eerwaardige. De drie werelden zijn vol van lijden – ik zal ze tot rust brengen.”
De pelgrimstocht, in de voetsporen van de Boeddha, die ik vorig jaar oktober maakte, eindigde in Lumbini (Nepal). Het hierboven geschreven verhaal wordt hier zichtbaar gemaakt doordat er op verschillende plekken baby-Boeddha’s te zien zijn, niet alleen met een opgestoken hand, maar ook heel duidelijk een vingertje, dat er op wijst dat hier even opgelet moet worden. Zo van ‘Let Op! Hier is niet zo maar een mens geboren, maar een heel bijzonder mens!’ Dit laatste klopt, want niet voor niets hebben we het zo’n 2500 jaar later nog steeds over dit eigenwijze ventje, dat zichzelf alleen ‘de eerwaardige’ vond, die het lijden van de wereld tot rust zou brengen.
Op ons moderne westerlingen maakt dit verhaal een vreemde indruk. Als we het als sprookje lezen, lachen we er om en als we het heel serieus nemen, irriteert het ons. Want wie zegt dat nou ‘ik alleen ben de eerwaardige’. Zoiets doe je niet. Althans dat is onze norm gebaseerd op de gelijkwaardigheid van een ieder. Maar toch wordt hier wel degelijk iets gezegd waar wij wat aan hebben, ook in onze moderne tijd. Om dit te kunnen begrijpen, moet ik er met zen-oog naar kunnen kijken. Maar hoe doe ik dat?
Dat doe ik door het beeld dat hier wordt geschetst niet buiten mij te plaatsen, maar het ‘naar binnen’ te trekken. Wat zoveel betekent als stoppen met redeneren en wat van het verhaaltje vinden, maar proberen hetzelfde te zeggen als wat de kleine Boeddha zegt: ik alleen ben de eerwaardige en ik zal het lijden tot rust brengen. Daarmee verinnerlijk ik de Boeddha en ga ik leven met deze intentie. Hiermee erken ik dat wat ik heb gekregen, mijn leven(!), iets heel bijzonders is, iets om zuinig op te zijn. Daarom is het van groot belang mijn lijden tot rust te brengen! En omdat mijn leven verbonden is met al het andere leven, is dit veel groter dan ik in eerste instantie denk. Mijn lijden tot rust brengen is niet alleen belangrijk voor mijzelf, maar vooral ook voor alle andere mensen. Het is niet alleen compassie met mijzelf, maar compassie met alle levende wezens.
Ik denk dat het beeld van de kleine Boeddha met zijn opgeheven vingertje ons vooral hierop wil wijzen. Elke dag weer!
donderdag 29 januari 2015