Geaard zijn

gravatar

De aarde speelt een belangrijke rol in de Boeddhistische praktijk van zitten in zen (zazen). Toen Prins Siddharta na heel veel oefenen en trainen op een ochtend zijn verlichting voelde, riep hij de aarde aan als zijn getuige en niet de hemel. Verlichting is niet iets hemels, het is juist aards, het is een ervaring die je alleen kunt hebben tijdens je leven op aarde. Alleen hier en nu kun je de werkelijkheid precies zien zoals die is, als je afstand doet van alle beelden, concepten, woorden en ideeën over deze werkelijkheid. Om deze reden begint onze beoefening altijd met ‘aarden’. We willen in verbinding staan met de grond die ons draagt. Zazen begint met onwankelbaar zitten als een berg.

Als mensen hebben we een groot talent met ons denkvermogen, verbeeldingskracht en fantasie. Dat leidt ook tot grootste denkbeelden, verhalen, kunst, muziek, dans, enzovoorts. Veel om met genoegen naar te luisteren en te kijken. Maar er is ook een groot gevaar. Als mensen zijn we in staat om onszelf los te zingen van de werkelijkheid en wel op zo’n manier dat we gaan geloven dat wat we denken werkelijkheid is. Dat wat is wordt hierdoor ondergesneeuwd door dat wat we bedenken. Op die manier leven we in een omgekeerde wereld! Een illusoire wereld, een droomwereld. Niets is wat het lijkt te zijn. René Descartes, de beroemde Franse natuurkundige uit de zeventiende eeuw, waardeerde zijn denkvermogen met de uitspraak: ‘Ik denk, dus ik ben’. Seungsahn (1927 – 2004), een Koreaanse zenmeester, antwoordde hierop in één van zijn toespraken: ‘Ik denk, dus ik ben niet’. Hij leerde zijn leerlingen de geest van ‘niet weten’. Denken is een werkelijkheid scheppen, naast de bestaande werkelijkheid. Niet erg, maar wel belangrijk om dit te zien! Onze omgekeerde wereld, waar werkelijkheid en illusie worden omgedraaid, wil ons dagelijks doen geloven dat oefeningen en overtuigingen die ons terug op aarde brengen, zweverig zijn. Maar als Dogen, de grote zenmeester, bij zijn terugkomst uit China tegen zijn Japanse leerlingen zegt: “Ik kom met lege handen”, is dat niet zweverig, maar een realisatie van de geest van ‘niet weten’. Dat hij niet kwam uit China om zijn leerlingen op te zadelen met illusies. Om wat echt is goed waar te nemen moet je ‘diep’ kijken, zei Thich Nhat Han. In een stuk papier zie je dan niet alleen het papier, maar ook hoe het is gemaakt en wie dat heeft gedaan en dat daar wellicht bomen voor zijn gekapt. Met diep kijken zie je hoe alles met alles samenhangt en dat niets op zichzelf staat. Zo kan ik ook naar mijzelf kijken. Waar ik vandaan kom, wat me heeft gevormd. De aarde is mijn getuige!

De Boeddha en wij zijn van de aarde. Daar kunnen we op vertrouwen. Hier leven wij! Dat is onze concrete werkelijkheid. ‘Je kunt geen spijker in de lege lucht slaan!’, zei de Chinese zenmeester Linji. Met andere woorden, verzand niet in illusies.

Gerard Jansen
dinsdag 28 april 2026

Plaats een reactie:

Je e-mailadres zal niet zichtbaar gepubliceerd worden.

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een sterretje*.